de SROI-verplichting

Vier vragen die je jouw organisatie moet stellen over de SROI-verplichting

Heeft jouw organisatie een aanbesteding binnen gehaald? Dan kan het zijn dat je een SROI-verplichting hebt. Veel opdrachten lopen aan het einde van een kalenderjaar af. Je dient jouw verplichting volledig in te vullen en tijdig te verantwoorden. Wat het lastig kan maken is dat de voorwaarden per gemeente nogal verschillen en bovendien is het doorvoeren van de juiste gegevens een flinke administratieve klus. In dit artikel beantwoorden wij vier vragen die je jouw organisatie moet stellen over de SROI-verplichting om een eventuele boete of terugbetaling te voorkomen.

SROI. Leg eens uit?

Dankzij de Participatiewet die in 2015 werd ingevoerd, zijn gemeenten verantwoordelijk om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen bij het vinden en behouden van werk. Met de regeling Social Return on Investment (SROI) kan een gemeente jouw organisatie verplichten hierin te investeren, bijvoorbeeld bij het winnen van een aanbesteding.

Zo weet je of jouw organisatie een SROI-verplichting heeft

Ieder jaar worden de SROI-verplichtingen opnieuw vastgesteld. Of jouw organisatie een verplichting heeft, vind je terug in een webbased-monitoringstool waar de gemaakte afspraken zijn vastgelegd en worden gemonitord. Veelgebruikte tools zijn de WIZZR van Provijf en SR-Monitor.

Zodra je voor jouw organisatie hebt vastgesteld dat er een verplichting is, zijn er vier vragen die je moet stellen:

  1. Hoe hoog is jouw SROI-verplichting?

De voorwaarden voor de SROI kunnen per gemeente verschillen, maar we zien vaak dat de verplichting 5% van opdrachtwaarde bedraagt. Daarnaast wordt SROI door veel gemeente pas verplicht vanaf een opdrachtwaarde van € 50.000,-.

  1. Wie valt er in de doelgroep van de SROI-verplichting?

Naast het helder krijgen van je verplichting en de hoogte daarvan, moet je goed weten welke medewerkers in de kwetsbare groep vallen. De medewerkers die je kan meetellen voor SROI zijn duidelijk afgebakend, namelijk:

-  Uitkeringsgerechtigden o.b.v. de Participatiewet;
-  Uitkeringsgerechtigden vanuit het UWV;
-  Werkzoekende niet-uitkeringsgerechtigden;
-  Vroegtijdige schoolverlaters;
-  Leerlingen van BOL- of BBL-opleidingen, VSO en praktijkscholen.

  1. Welke waarde heeft mijn SROI-groep?

Nadat je hebt vastgesteld welke medewerkers in de doelgroep vallen, is het van belang de waarde van deze groep te bepalen. Bij het meten van deze waarde werken gemeenten met bouwblokken, ook wel inspanningswaarden genoemd. Deze bouwblokken zijn echter niet gelijk aan het salaris of de uitkeringswaarde, maar zijn gerelateerd aan de individuele kandidaten. Zo wordt bijvoorbeeld de afstand tot de arbeidsmarkt en inspanning om de kandidaat naar werk te begeleiden, meegewogen om de SROI-waarde te bepalen.

  1. Welke verantwoording moet ik indienen en wanneer?

Ook in deze stap mag de gemeente haar voorwaarden zelf bepalen. Onze ervaring is dat de instrumenten voor de monitoring van de verplichting ontzettend kunnen verschillen per gemeente. Voor organisaties die meerdere SROI-verplichtingen moeten verantwoorden, is dit vaak erg verwarrend. De ene gemeente werkt bijvoorbeeld met een web-based monitoringstool, terwijl een ander vraagt om fysieke documenten op te sturen. Ook in de gevraagde documenten zien we grote verschillen. De ene gemeente vraagt enkel om een arbeidsovereenkomst, terwijl de ander daarnaast allerlei documenten over de uitkering wil zien.

Voldoe jij aan de SROI-verplichting?

Ben je op zoek naar ondersteuning en iemand die met je meekijkt? Neem dan contact op met onze SROI-specialist Mohamed Najim. Stuur een mail naar info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


WW-premie 2023

De voorwaarden van de WW-premie 2023

Sinds in 2020 de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is ingevoerd, is er sprake van een gedifferentieerde premie voor de WW. De motivatie voor deze premiedifferentiatie is het stimuleren van werkgevers om medewerkers een vast contract aan te bieden, hiermee kom je doorgaans in aanmerking voor de lage WW-premie. Voor 2023 zetten we de twee meest opvallende punten graag voor je op een rij.

Lage WW-premie bij urenuitbreiding

Wanneer op basis van de arbeidsovereenkomst met je medewerker een lage WW-premie geldt, blijft deze in stand wanneer in de loop van het jaar een tijdelijke wijziging in het aantal contracturen wordt toegepast. Aanvankelijk was het plan dat er nadere regels zouden komen voor een dergelijke situatie. Dit blijkt niet het geval, de regels in deze omstandigheden blijven voor 2023 ongewijzigd.

BBL leerlingen

Wat wel een belangrijke wijziging is voor de gedifferentieerde premie WW, is die voor BBL-leerlingen. Wanneer een medewerker een Beroepsbegeleidende leerweg volgt waarbij sprake is van een uitzendbeding in de praktijkovereenkomst of arbeidsovereenkomst, is het vanaf 2023 verplicht om een hoge WW-premie toe te passen. In 2022 gold een lage WW premie voor alle BBL-leerlingen, dit heeft dus een direct effect op de lasten voor jou als werkgever.

Controle WW-premie 2023

Door de aanpassing in de regeling rondom de BBL-leerweg, is het te verwachten dat er controles worden uitgevoerd op het correct toepassen van de juiste WW premie. Het is dus noodzakelijk hier alert op te zijn.

OAZ kan je helpen met deze controles. Met onze dienstverlening WW-premie controle zorgen we voor een juiste toepassing van de regels en voorkomen we vervelende terugbetalingsverzoeken achteraf. Heb je hier vragen over of ben je direct op zoek naar hulp bij de controle? Neem dan contact op met onze specialist Rosita Tanasale via info@oaz.nl of bel direct 088 5600 700.


Ontvang je no-risk voor een AOW-gerechtigde medewerker?

Wanneer je een medewerker in dienst hebt of neemt met een arbeidsbeperking of valt onder de banenafspraak, kan de no-riskpolis voor jou als werkgever van toepassing zijn. Het houdt in dat je in het geval van ziekte, het overgrote deel van de loondoorbetaling niet zelf hoeft te dragen.

No-risk voor een AOW-gerechtigde medewerker?

Als een medewerker onder de no-riskpolis valt en hij/zij bereikt de AOW gerechtigde leeftijd, is het goed om het volgende te weten. Als de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid op of na de AOW gerechtigde leeftijd ligt, wordt het ziekengeld uitgekeerd totdat de maximale duur van 13 weken van de ongeschiktheid in verstreken. Wanneer de medewerker al ziek was voordat de AOW gerechtigde is bereikt, begint de periode van 13 weken te lopen bij het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd.

Na 13 weken vervalt de looncompensatie samen met de loondoorbetalingsplicht voor een AOW gerechtigde medewerker. Het opzegverbod voor deze groep is eveneens bij ziekte 13 weken.

Heeft jouw organisatie recht op no-risk?

Wil je meer weten over de no-riskpolis? Neem dan contact op met onze specialist via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


Koerswijziging voor de Beschikbaarheidbijdrage

Koerswijziging voor de Beschikbaarheidbijdrage in zicht?

Voor sommige opleiders is dit helaas geen nieuws. Al een aantal jaar wordt het kleinere partijen steeds lastiger om aanspraak te maken op de Beschikbaarheidbijdrage. Deze regeling is bedoeld voor het opleiden van medisch specialisten, waaronder GZ-Psychologen. 

Historisch OpleidingsVolume (HOV)

Door de wijze waarop de regeling is vormgegeven loont het om lange tijd grootschalig op te leiden. Iedere opleideling telt mee voor je Historisch OpleidingsVolume (HOV). Hoe hoger je HOV, hoe voordeliger voor de subsidie.

De laatste jaren is er een trend ingezet, waarbij het instap-HOV steeds hoger werd. Dit bevoordeelt grote opleiders, maar pakt ongunstig uit voor kleinere opleiders. Organisaties die ieder jaar één medewerker opleiden binnen de Beschikbaarheidbijdrage vallen daardoor steeds vaker buiten de boot, soms komen ze helemaal niet meer in aanmerking voor de subsidie. Dit effect wordt versterkt omdat onbeschikte opleidingsplaatsen uit het HOV worden gefaseerd.

Tijd voor verandering

Om deze koers te wijzigen heeft TOP Opleidingen – die gaat over de toewijzing van de subsidie – de adviseurs Bosman en Vos ingeschakeld. Na grondig veldonderzoek en de inzet van klankbordgroepen is besloten om nieuwe toewijzingscriteria op te stellen. Deze zomer is hiervan een concept opgesteld, wat momenteel bij TOP Opleidingen ligt. In november vindt een nieuwe ronde klankbordgroepen plaats, waar veldpartijen van zich kunnen laten horen. 

Ook de zogeheten ‘proeftuinen’ – regionale samenwerkingsverbanden – nemen een rol in. De voorwaarden hiervoor lijken niet te wijzigen. Het is nog tot 1 februari 2023 mogelijk om nieuwe samenwerkingsverbanden door te geven aan TOP; begin november komen hiervoor geactualiseerde documenten beschikbaar.

We verwachten over een aantal weken meer informatie te hebben over de vernieuwde toewijzingscriteria en de toegankelijkheid van de Beschikbaarheidbijdrage, nu en in de toekomst. We houden je hier via onze nieuwsbrief uiteraard over op de hoogte. Heb jij je nog niet ingeschreven voor onze nieuwsbrief? Dat kan via deze link.


Whk 2023

De gedifferentieerde premie Whk 2023

Per 1 januari 2023 veranderen een aantal zaken rondom de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (hierna: Whk). Naast dat de premies voor de Ziektewet en WGA vanaf het nieuwe jaar worden aangepast, veranderen ook de loonsomgrenzen. Graag zetten we een en ander voor je op een rij.

De Whk 2023 in het kort

Wanneer je geen eigenrisicodrager bent voor de Ziektewet (ZW) en/of de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA), ontvang je jaarlijks de beschikking gedifferentieerde premie Whk van de Belastingdienst. Deze beschikking is gebaseerd op de uitkeringen van (ex-)medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan en/of op medewerkers die in de WGA terecht zijn gekomen.

De premie bestaat uit twee componenten; de gedifferentieerde premie ZW en de gedifferentieerde premie WGA. Om de hoogte van de premie te berekenen wordt de totale loonsom per loonheffingennummer van een organisatie bekeken, dit geeft aan of je organisatie in onder klein, middelgroot of groot valt. Ook worden de uitbetaalde uitkeringen en / of de sectorpremie meegenomen.

Gewijzigde loonsomgrenzen Whk 2023

Voor komend jaar worden de loonsomgrenzen verhoogd. De verhoging van de loonsomgrenzen leidt ertoe dat de samenstelling van de groepen kleine werkgever, middelgrote en werkgever enigszins verschuiven. De loonsomgrens bepaalt of in de premievaststelling voor jouw organisatie een sectorpremie, een individuele werkgeverspremie of een combinatie hiervan is opgenomen.

In bedragen ziet het er voor 2023 als volgt uit:

Gemiddelde loonsom       €36.200,-

Kleine werkgevers              < €905.000,-

Middelgrote werkgevers   >€905.000,- en <3.620.000,-

Grote werkgevers              >€3.620.000,-

Gewijzigde premiepercentages WGA en Ziektewet

Voor zowel de Ziektewet als de WGA zijn de premiepercentages voor 2023 gewijzigd. Het gemiddelde ZW-percentage bedraagt 0,66%, dit is een kleine daling ten opzichte van 2022.

Voor de WGA bedraagt het premiepercentage 0,87%, dit is een kleine stijging ten opzichte van 2022. In de jaren 2014 tot en met 2017 zijn veel werkgevers vanuit het eigenrisicodragerschap overgestapt naar het UWV. Door deze ‘terugkeerders’ wordt twaalf jaar later het structurele niveau bereikt en is de verwachting dat de WGA-premielasten de komende jaren blijven stijgen.

Zoek je ondersteuning?

Ben je op zoek naar ondersteuning bij de controle van jouw Whk-beschikking voor 2023? OAZ kan je hierbij helpen. Neem contact op via info@oaz.nl of bel direct 088 5600 700. Na een inventarisatie kunnen wij je volledig ondersteunen bij de controle van de Werkhervattingskas.


Afsluiting van het boekjaar

Afsluiting van het boekjaar, hoe bereid jij je voor?

Elk jaar opnieuw is het afsluiten van een boekjaar een belangrijke periode. Diverse administratieve gegevens moeten in de systemen staan, om fouten en correcties achteraf te voorkomen. Voor de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) en de WW-premie is in het verleden gebleken dat achteraf corrigeren, wanneer een boekjaar gesloten is, heel moeizaam is en in sommige gevallen niet mogelijk blijkt.

Afsluiting van het boekjaar, waar let je op?

Voor de Wtl is het zo dat voor de medewerkers die in de doelgroep voor het LKV vallen, de LKV registraties aan moeten staan, mits er voor deze medewerkers een doelgroepverklaring aanwezig is. Voor de WW-premie geldt dat de BBL-registratie aan moet staan mits er een volledig ondertekende POK-verklaring (inclusief datum ondertekening) aanwezig is. Wel moet er ook  aandacht zijn voor het eventueel afronden van een opleiding, het behalen van een diploma of het eerder uitstromen. De hierbij behorende stopdatum van BBL leerlingen moet worden verwerkt in het systeem en de BBL registratie moet tijdig worden uitgezet.

Het voeren van een correcte personeelsadministratie is altijd belangrijk, maar aan het eind van een boekjaar neemt het belang omtrent deze gegevens toe. Het is verstandig al eerder met een correcte personeelsadministratie bezig te zijn. Wanneer blijkt dat er gegevens ontbreken, volgt er nog een terugkoppeling om zo de administratie op orde te krijgen. Begin je op tijd, dan heb je voldoende ruimte om de nodige administratie op orde te krijgen voor de afsluiting van het boekjaar.

Vragen of advies?

Heb je zelf vragen omtrent de LKV- en BBL-registraties of ontbreken er verklaringen in je personeelsadministratie? OAZ begeleidt klanten bij het op orde krijgen van deze administratie om onnodige lasten te voorkomen. Wil je hier meer over weten? Neem dan contact met ons op via info@oaz.nl of bel direct op 088 5600 700.


WW-premie bij kort dienstverband

Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

De hoogte van de gedifferentieerde WW-premie moet opnieuw worden bepaald wanneer een dienstverband korter dan twee maanden duurt. Graag leggen we je uit hoe dit in z’n werk gaat.

Registratie hoge of lage WW-premie

Welke WW-premie je als werkgever afdraagt voor je medewerker, is afhankelijk van het soort arbeidscontract dat je met je medewerker hebt afgesloten. In de basis geldt hier dat een laag tarief geldt bij vaste dienstverbanden en een hoog tarief is van toepassing bij een flexibel dienstverband.

Voor deze gedifferentieerde premie geldt een belangrijke uitzondering. Wanneer een medewerker binnen twee maanden na indiensttreding uit dienst treed, dient de WW premie te worden herzien. Indien het een lage WW premie betreft moet dit worden opgehoogd. Deze regel is van kracht ongeacht wie het initiatief van de ontbinding van het dienstverband heeft genomen en geldt ook wanneer het een overlijden betreft.

Uitzonderingen WW-premie bij kort dienstverband

Er zijn twee situaties die buiten deze tweemaandstermijn van de herziene WW-premie vallen.

  1. bij bedrijfsovername: in dit geval wordt de arbeidsovereenkomst overgenomen door de overnemende partij en vervalt de termijn;
  2. bij contractovername door een nieuwe werkgever: in dit geval moet de overname wel juridisch zijn vastgelegd en moet de medewerker hier schriftelijk mee instemmen.

Buiten deze uitzonderingsregels geldt dus dat voor een medewerker met een dienstverband van minder dan twee maanden het hoge tarief van de gedifferentieerde WW premie van toepassing is.

Vragen?

Heb je vragen over dit bericht of ben je op zoek naar ondersteuning bij het in beeld brengen van de registraties WW-premie binnen jouw organisatie? Neem dan contact op met onze Specialist WW-premie Rosita Tanasale via info@oaz.nl of bel 088 5600 700. Benieuwd naar onze aanpak? Download de factsheet WW-premiemanagement via het formulier hiernaast.


De de-minimis staatssteun

De de-minimis; antwoord op de meest gestelde vragen

De de-minimisregeling maakt dat overheden financiële steun kunnen verlenen aan ondernemingen. Voor veel ondernemingen, waaronder zorgorganisaties, geldt hiervoor een maximum van 200.000 euro over een periode van drie jaar. Maar wat is nu precies deze de-minimissteun? Graag leggen we deze regeling aan je uit.

Wat is de de-minimis?

Als onderneming in de zorgbranche kan je steun van de overheid ontvangen tot een bedrag van maximaal 200.000 euro over een periode van drie belastingjaren. Deze zogeheten de-minimissteun wordt, binnen deze grenzen, niet gezien als staatssteun omdat het te minimaal is om van invloed te zijn op het Europees handelsverkeer. 

Hoe werkt de de-minimis?

Bij het aanvragen van een subsidie dient gecontroleerd te worden of het ongeoorloofde staatssteun betreft. Als dit het geval is, valt de totale subsidiesom onder de de-minimisregeling. Hier geldt dus het maximum bedrag van 200.000 euro voor zorgorganisaties over het huidig en de twee voorgaande belastingjaren.  Het voeren van een kloppende administratie over het heden en het verleden is hierbij van groot belang in het kader van risicobeheersing, wanneer je bijvoorbeeld teveel de-minimissteun ontvangt. 

Wat als je de grens overschrijdt?

De de-minimisregeling is ontstaan vanuit het verbod op staatssteun. Overheden mogen geen subsidies verstrekken wanneer dit gevolg heeft op de onderhandelingspositie binnen de Europese Handelsmarkt. De de-minimisregeling heeft een duidelijke grens voor de zorgbranche van 200.000 euro aan ongeoorloofde staatssteun binnen een maximum van drie belastingjaren.  Uitgekeerde ongeoorloofde staatssteun boven dit bedrag is daadwerkelijk ongeoorloofd en valt buiten deze regeling, dit zal dan ook terugbetaald moeten worden. 

Vallen alle subsidies onder de de-minimusregeling?

Niet alle subsidies worden aangemerkt als ongeoorloofde staatssteun, of de-minimissteun. Geoorloofde staatssteun valt buiten het maximum van 200.000 euro en hier heeft de overheid geen maximum bepaald. Er gelden uiteraard wel voorwaarden voor dergelijke subsidies, maar dit valt buiten de de-minimis regeling. In de beschikking van een subsidie staat vermeld of het geoorloofde of ongeoorloofde staatssteun betreft.

Hoe lang is de de-minimisperiode precies?

De periode van maximaal drie belastingjaren gaat in op de datum van de ingevulde de-minimisverklaring en telt met twee volledige belastingjaren terug. Wanneer een de-minimisverklaring wordt ondertekend op 1 september 2022, loopt de de-minimisperiode van 1 januari 2020 tot 1 september 2022.

Is gestapelde subsidie grond voor vervallen de-minimissteun?

Wanneer je onterecht subsidie stapelt, vervalt de steun die onterecht is ontvangen. Je blijft als organisatie recht houden op de-minimissteun.

Wordt mijn gebruikte de-minimissteun automatisch bijgehouden?

Het bijhouden van de ontvangen de-minimissteun dien je zelf te doen. Er bestaat momenteel nog geen geautomatiseerde controlefunctie. Echter, in de toekomst is het wel een mogelijkheid. Het is dan ook verstandig om deze administratie goed bij te houden. 

Meer informatie of vragen?

Wanneer het je onduidelijk is of een subsidie binnen de de-minimisregeling valt, of je zoekt hulp bij het voeren van een accurate administratie, willen we je hierbij graag van dienst zijn. Wanneer je contact opneemt met 088 5600 700 of mailt naar info@oaz.nl helpen we je graag verder.


Verlenging Praktijkleren 2022-2023

Verlenging Praktijkleren 2022-2023 bijna rond

Komende maand zal de verlenging van de subsidieregeling Praktijkleren officieel bekendgemaakt worden, voor de periode van een jaar. Deze verlenging geldt voor het schooljaar 2022-2023. Minister Dijkgraaf van het Ministerie van OCW heeft de Tweede Kamer een conceptregeling voorgelegd over de eenjarige verlenging. Er is momenteel een evaluatieonderzoek gaande waarbij gekeken wordt naar het effect van de regeling op de hoeveelheid leerwerkplaatsen over de periode 2019 – 2022. De uitkomsten van deze evaluatie zullen de basis vormen voor verlenging en eventueel wijzigingen in regeling Praktijkleren voor de periode 2024 – 2027. 

Voorwaarden verlenging Praktijkleren 

De huidige voorwaarden en tegemoetkomingen voor Praktijkleren 2021-2022 blijven voor het schooljaar 2022-2023 gelden, om werkgevers te blijven stimuleren leerplaatsen aan te bieden. De maximale vergoeding blijft voor het nieuwe jaar 2.700 euro per leerling als tegemoetkoming in de begeleidingskosten.

Vragen of ondersteuning bij Praktijkleren 2022-2023?

Heb je vragen over de verlenging van de subsidieregeling Praktijkleren voor het schooljaar 2022-2023 of ben je op zoek naar ondersteuning bij de aanvraag en eindverantwoording? Neem gerust contact met ons op via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


Afsluiting van het boekjaar

Ontwikkelingen SectorplanPlus afronding tijdvak 4

Het laatste tijdvak (tijdvak 4) van de subsidieregeling SectorplanPlus zit in de afrondende fase. Deze week heeft RegioPlus bekendgemaakt dat de deadline voor het definitief indienen van de eindverantwoording voor tijdvak 4 wordt verplaatst.

Deadline afronding tijdvak 4 verplaatst

De deadline voor het compleet en definitief indienen van de eindverantwoording voor tijdvak 4 was vastgesteld op zaterdag 1 oktober. Om aanvragers extra ruimte te geven voor het afronden van de laatste registraties, is deze deadline met een maand verzet en verschuift hiermee naar 1 november 2022. De deadline voor de laatste herstelmogelijkheid van 10 november 2022 komt hiermee te vervallen.

Met het verplaatsen van de deadline voor tijdvak 4, schuift waarschijnlijk de definitieve uitbetaling van SectorplanPlus op. Een datum hiervoor is nog niet bekend gemaakt. Wél is er aangekondigd dat in het laatste kwartaal van 2022 een nieuwe voorschotronde plaats zal vinden. Deze voorschotten worden uiterlijk in december van dit jaar uitbetaald aan organisaties die hiervoor in aanmerking komen.


Ontwikkelingen sociale zekerheid in 2023

Ontwikkelingen sociale zekerheid in 2023, wat wijzigt er?

In het afgelopen jaar is opnieuw een stijging van het ziekteverzuim geconstateerd. Deze stijging heeft nadelige gevolgen voor de kosten van uitkeringen en de groei op aanspraak van de no-riskpolis. Een direct gevolg van deze stijging is een verhoging van de achterstanden van de medische beoordelingen door het UWV. Mensen moeten lang wachten op een beoordeling. Daarnaast is er ook een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het niet altijd lukt om tijdig WIA-beoordelingen uit te voeren. Het kabinet wil zich hard maken om deze achterstanden bij het UWV te helpen terugdringen door de acties van het UWV te helpen verbeteren en om tijdelijke oplossingen aan te dragen.

Doorontwikkeling WGA-dienstverlening UWV

Het UWV en het ministerie van SZW werken aan een versterking van hun werkwijze met betrekking tot de WGA. Hiervoor loopt een onderzoeksprogramma over de periode van 2017 tot en met 2025. Het op 1 oktober 2020 aangeboden wetsvoorstel waarmee het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de toets op de re-integratiesinspanningen door UWV, is op 2 februari 2021 controversieel verklaard. De invoering is afhankelijk van parlementaire behandeling en is op zijn vroegst mogelijk in 2023.

Kwijtschelding van WIA-voorschotten

Aan het einde van de wachttijd ontvangt een medewerker een WIA-beoordeling waaruit een beslissing volgt. Momenteel is er sprake van lange wachttijden bij het beoordelen van de WIA-aanvragen. Om te voorkomen dat medewerkers tijdelijk zonder inkomsten komen te zitten is het mogelijk om een voorschot op de WIA-uitkering aan te vragen.

In de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022 werden voorschotten niet teruggevorderd en reeds terugbetaalde voorschotten worden gerestitueerd. Dit is van toepassing in situaties waar blijkt dat medewerkers bij de claimbeoordeling geen recht hadden op een WIA-uitkering en dit niet verrekend kan worden met een andere uitkering.

Gezien de aanhoudende lange wachttijden voor een beoordeling is de maatregel verlengd tot en met 31 december 2023.

Kosten WIA-voorschotten voor de werkgever

Het tijdig nemen van een WIA-beoordeling is voor velen van belang. Ook de werkgever is gemoeid in deze. Denk hierbij aan het claimen van de no-riskpolis bij ziekte of het aanvragen van een compensatie op de transitievergoeding.

Sinds 1 januari 2022 is middels de wetswijziging in de Verzamelwet SZW 2022 opgenomen dat WIA-voorschotten mogen worden doorbelast aan werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de WGA. Werkgevers die geen eigenrisicodrager zijn voor de WGA krijgen deze voorschotten niet doorbelast.

Het is van belang om als werkgever de kosten aan eventuele WIA-voorschotten en de voortgang van lopende beoordelingen in de gaten te houden. Indien na een beoordeling een 35-min beschikking of een IVA-uitkering wordt toegekend liggen deze financiële lasten niet meer bij de werkgever. De jaarlijkse controle op de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas toerekening wordt ook mede hierdoor nog meer van belang.

Effecten ophoging wettelijk minimumloon op sociale premies

Per 1 januari 2023 wordt het wettelijk minimumloon verhoogd met 10,15% ten opzichte van juli 2022. De minimum loonsverhoging werkt door in alle aan het minimumloon gekoppelde regelingen, waaronder de bijstand, de AOW en lopende loongerelateerde uitkeringen zoals de WIA en de WW.

De meeste regelingen waar het minimumloon automatisch op doorwerkt, zijn onderdeel van de sociale zekerheid. Dit betekent dat met de verhoging van het minimumloon niet alleen de basis van het loongebouw wordt verstevigd, maar ook het bestaansminimum waar elke Nederlander bij tegenspoed op kan terugvallen.

De AOW stijgt mee met de verhoging van het minimumloon. Op die manier wordt de basis van AOW-gerechtigden versneld verstevigd. Het kabinet is van mening dat met het stijgen van de AOW-uitkering de noodzaak tot een aanvullende Inkomensondersteuning IOAOW vervalt. Daarom wordt de IOAOW in 2023 verlaagd en zelfs afgeschaft per 2025. Per saldo leidt dit tot een hoger inkomen bij AOW-gerechtigden, waarmee het kabinet gehoor geeft aan de diverse moties uit zowel Eerste- als Tweede Kamer. Hierdoor zijn met name gepensioneerden zonder of met een laag aanvullend pensioen beter in staat om de stijgende kosten voor levensonderhoud te dragen.

Vragen of op zoek naar ondersteuning?

Heb je vragen over deze ontwikkelingen of ben je op zoek naar ondersteuning bij de controle op langdurig verzuim binnen jouw organisatie? Neem dan gerust contact met ons op via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


Subsidiekansen voor leren en ontwikkelen

Subsidiekansen voor leren en ontwikkelen van personeel

“Investeren in de toekomst van ons land begint met goed en toegankelijk onderwijs”. Zo sprak de Koning afgelopen dinsdag tijdens zijn Troonrede. Dit geldt niet enkel voor het basis- en middelbaar onderwijs, maar ook voor vervolgonderwijs in het mbo, hbo en wo, zo blijkt uit de stukken van het ministerie van OCW. Investeringen in praktijkonderwijs blijft een speerpunt van het kabinet en subsidiekansen blijven zich ontwikkelen. Graag zetten we het nieuws over deze subsidiekansen van Prinsjesdag 2022 voor je op een rij.

Budget Praktijkleren gereserveerd tot en met 2027

Bied je als werkgever praktijkleerplaatsen aan? Dan ontvang je voor de begeleiding van leerlingen of studenten een tegemoetkoming vanuit de subsidieregeling Praktijkleren. De deadline voor de aanvraag van het afgelopen schooljaar 2021-2022 is inmiddels verstreken. 

Vooralsnog vervalt deze regeling per januari 2023, maar zijn er budgettaire voorzieningen opgenomen in de Prinsjesdagstukken van het ministerie van OCW voor een verlenging tot 2027. Naar verwachting zal op korte termijn dan ook een verlenging van de regeling bekend worden gemaakt. 

Voor de schooljaren 2019-2020 tot en met 2021-2022 is een extra budget van 10,6 miljoen euro per schooljaar toegevoegd, specifiek geldend voor de sectoren landbouw, horeca en recreatie. Vanaf 2023 daalt het beschikbare budget voor Praktijkleren wegens het wegvallen van deze extra impuls en het aflopen van de tijdelijke middelen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs en de Aanpak Jeugdwerkloosheid.

Verlenging subsidie ziekenhuiszorg KiPZ

De subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg (KiPZ) biedt ziekenhuizen, UMC’s en zelfstandige klinieken een tegemoetkoming om te investeren in specialistisch personeel. De financiële middelen voor de KiPZ zijn ondergebracht in het hoofdlijnenakkoord, dat eind 2022 af zou lopen. In de Prinsjesdagstukken is bevestigd dat de KiPZ vooralsnog met één jaar is verlengd tot en met 2023.

In de komende periode wordt de regeling KiPZ geëvalueerd. Hierbij wordt gekeken naar ondersteuning vanuit één sectorbrede regeling ten behoeve van het leven lang ontwikkelen, waar aansluiting wordt gezocht met de toekomstplannen voor de arbeidsmarkt in de zorg. 

Versterking regionaal arbeidsmarktbeleid in de zorg

Met verschillende subsidiemogelijkheden investeert het ministerie van VWS in een kwalitatieve, goed werkende regionale arbeidsmarktstructuur in de zorg. Onlangs was al bekend geworden dat de regeling SectorplanPlus haar vervolg vindt in het SectorplanPlus 2022-2023, maar ook verschillende projectsubsidies vinden doorgang in 2023. 

Voor de opleidingen tot advanced nurse practicioner en physician assistant is de subsidie met een jaar verlengd, hier is een budget van 38 miljoen voor beschikbaar gemaakt. Voor MDIEU (Maatwerk Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden) zijn in 2022 veel activiteitenplannen ingediend die nog niet beschikt zijn. Hierom is voor 2023 een groter financieel potje beschikbaar gemaakt. 

Subsidiekansen voor jouw organisatie?

Ben je benieuwd wat deze veranderingen voor jouw organisatie kunnen betekenen? Of heb je vragen over een van de opleidingssubsidies? Neem dan gerust contact met ons op via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.