Verlenging Stagefonds schooljaar 2021-2022

Verlenging Stagefonds schooljaar 2021-2022

In de lijn der verwachting is dan eindelijk het verlossende woord gevallen; de subsidieregeling Stageplaatsen Zorg II (Stagefonds) is verlengd!

Evaluatie regeling

Het Stagefonds is in het leven geroepen om meer stageplaatsen bij zorgaanbieders te realiseren en de begeleiding van stagiaires in de zorg te verbeteren. Met het oog op de veranderingen in de zorg is het versterken van het stage-aanbod cruciaal. Om een carrière in de zorg aantrekkelijker en om zo het nijpende personeelstekort tegen te gaan, zijn deze stageplaatsen hard nodig!

De oorspronkelijke regeling Stagefonds kent een vervaldatum van 1 augustus 2021. Met deze einddatum in zicht is de regeling in 2020 geëvalueerd, met positief resultaat. Wel zijn er verschillende beleidsadviezen uit dit evaluatiemoment naar voren gekomen. Het opnemen van aanvullende opleidingstrajecten binnen Stagefonds is hier een voorbeeld van, om zo de regeling nog doelmatiger in te kunnen zetten.

Voorstel verlenging Stagefonds schooljaar 2021-2022

Eind mei presenteerde demissionair minister Van Ark van het ministerie van VWS het verlengingsvoorstel aan bij het demissionair kabinet. De minister is voornemens om het Stagefonds met minstens één schooljaar te verlengen, waarmee de nieuwe einddatum op 1 augustus 2022 komt te liggen.

Ondanks dat het voorstel nu een verlening van een jaar behelst, heeft de minister de intentie uitgesproken om na dit jaar het Stagefonds door te zetten. Zij geeft aan dat de regeling breed gesteund wordt en het budget voor de komende jaren structureel is gereserveerd.

Zicht op de toekomst

De regeling is een jaar verlengd onder dezelfde voorwaarden, met hetzelfde beschikbare budget van 112 miljoen euro. Bij een verdere verlenging van de regeling na dit komende schooljaar, verwachten wij dat het nieuwe kabinet een deel van de beleidsadviezen uit de eerdere evaluatie over zal nemen. Logischerwijs is hier op dit moment nog niks over bekend.

Vragen?

Heb je vragen over de verlenging van de regeling Stagefonds of ben je op zoek naar advies en ondersteuning? Neem gerust contact op met onze specialist Gina Bart via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


Publicatie instroomcijfers WGA

Laatste publicatie instroomcijfers WGA

Elk jaar publiceert het UWV de instroomcijfers van medewerkers die in voorgaande jaren arbeidsongeschikt zijn geworden. Met deze publicatie is het mogelijk om de landelijke instroomcijfers met die van je eigen organisatie te vergelijken. Ook biedt het de gelegenheid om je eigen verzuimcijfers te controleren. Vanaf 2022 is de kamer voornemens de instroomcijfers niet meer te publiceren, hiermee vervalt dit controlemoment.

Publicatie instroomcijfers WGA van 2020

Op 1 juli 2021 zijn de WGA-instroomcijfers van 2020 bekend gemaakt. Het gaat hierbij om medewerkers die in 2018 ziek werden en in 2020 een WGA-uitkering kregen. In totaal zijn er 49.800 arbeidsongeschikten ingestroomd in de WIA. Van deze instroom hebben 38.200 medewerkers een WGA-uitkering gekregen, waarvan er 23.400 rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de werkgever.

Met dergelijke instroomcijfers is het van groot belang om een goed beleid te voeren op het ziekteverzuim binnen je organisatie, om zo direct te kunnen sturen op risicobeperking van arbeidsongeschiktheid. Met het oog op de privacywetgeving wordt vanaf 2022 de specificatie van de instroomcijfers niet meer gedeeld door het UWV, de intentie is om ook de instroomcijfers zelf in de toekomst niet meer openbaar te maken. Hiermee komt het jaarlijkse controlemoment in mei en straks ook het vergelijkingsmoment te vervallen.

Controle instroomcijfers via de Whk-premie

Het blijft mogelijk om je instroomcijfers te controleren. Wanneer in december de beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) bekend wordt gemaakt, is er alsnog een mogelijkheid tot het controleren van de gegevens. Echter, dan is de nieuwe premie al vastgesteld en zijn eventuele fouten in de instroomcijfers pas achteraf te controleren en eventueel te herstellen.

Als de publicatie van de instroomcijfers helemaal niet meer gedeeld wordt, stopt hiermee ook de mogelijkheid om de cijfers van je organisatie te vergelijken met die van je branchegenoten. Zonder dit vergelijkingsmateriaal is het nu niet mogelijk om te weten of je instroomcijfers hoog of laag zijn en of er directe actie nodig is.

Hoe nu verder?

Het blijft noodzakelijk om de instroomcijfers uit de beschikking gedifferentieerde premie Whk goed te controleren en zo eventuele fouten te ontdekken. Wil je meer informatie over de WGA-instroomcijfers van jouw organisatie? Of wil je meer inzicht krijgen in wat jouw WGA-schadelast is en hoe je deze beter kunt beheersen? Het team van OAZ kan je hierbij helpen. Neem contact op met een van onze HR specialisten via info@oaz.nl of bel direct naar 088 5600 700.


De Wulverhorst en OAZ

De Wulverhorst: specialist in het gewone

Toen Joyce Jacobs vier jaar geleden aantrad als bestuurder van woon- en zorgcentrum De Wulverhorst in Oudewater, was dit het startsein voor een nieuwe strategie. Een duidelijke koers, een 5-jarenplan met elk jaar een nieuw thema. Een belangrijk onderdeel van deze nieuwe strategie is het personeel. Voor alle medewerkers is persoonlijke aandacht, dit vraagt veel van een organisatie. Hierom is De Wulverhorst een samenwerking aangegaan met OAZ, zo krijgen alle medewerkers de zorg die ze verdienen.

Iedereen telt

Joyce is een bestuurder die alle lagen van de organisatie heeft gezien. Dit is op een natuurlijke manier gegaan. Van verpleegster tot bestuurder, stap voor stap. Door in de praktijk alle ervaringen op te doen, weet ze als geen ander wat haar medewerkers verlangen en nodig hebben. ‘Iemand komt als mens bij ons binnen, dan kijken we gewoon wat bij hem of haar past’, aldus Joyce. Deze instelling sluit naadloos aan bij het jaarplan van 2021: Iedereen telt.

 

Iemand komt als mens bij ons binnen, dan kijken we gewoon wat bij hem of haar past.

 

 

Van, voor en door Oudewaternaren

De Wulverhorst heeft in de afgelopen jaren een flinke groei doorgemaakt. Toen hotel Broeck in Oudewater werd overgenomen door een aantal lokale ondernemers, werkten er verschillende mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De begeleiding van deze medewerkers kwam bij de Wulverhorst terecht, hierdoor is het aantal medewerkers enorm toegenomen. De medewerkers komen vrijwel allemaal uit de omgeving, dit geldt ook voor de meer dan 200 vrijwilligers. De Wulverhorst is er van, voor en door Oudewaternaren. De overname van de cliënten van het zorghotel, tezamen met het motto ‘Iedereen telt’, heeft ook voor een groei gezorgd in de medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt. Dit was een bewuste keus. ‘Door mensen te laten ontwikkelen in een organisatie, vinden ze hun plek. Binnen de gemeente waar ze hun wortels hebben.’

Sociaal en financieel voordeel

De groei van medewerkers uit de doelgroep maakt dat De Wulverhorst ook een flinke stijging zag in het LKV. Toch is financieel voordeel nooit het uitgangspunt geweest voor de zorginstelling. ‘Het vraagt wel veel van de bedrijfscultuur. Onze medewerkers moesten ook wel even wennen aan de nieuwe manier van werken. Maar door intensieve begeleiding en de fantastische samenwerking van de collega’s onderling, gaat het nu erg goed.’ Joyce voegt er aan toe. ‘We vragen ons bij elke medewerker af: Wat past er nu bij jou, zodat je met ons allemaal mee kan.’

 

 


Het vraagt wel veel van de bedrijfscultuur. Onze medewerkers moesten ook wel even wennen aan de nieuwe manier van werken. Maar door intensieve begeleiding en de fantastische samenwerking van de collega’s onderling, gaat het nu erg goed.

 

 

Persoonlijk betrokken

De samenwerking met OAZ omvat verschillende aspecten. ‘OAZ was al onze kennispartner op het gebied van opleidingssubsidies. In het aanvragen van financiële regelingen zijn wij nog niet zo ervaren, maar dan is OAZ er om op terug te vallen.’ Joyce beschrijft de constructie als een win-win situatie. ‘We voelen ons persoonlijk betrokken bij al onze medewerkers, we willen het beste voor hen. OAZ denkt mee en wat wij niet weten, vullen zij aan. Hier is het financiële voordeel uiteraard van groot belang, maar ook het persoonlijke karakter van de samenwerking en de korte lijnen. Het is snel en makkelijk schakelen en dat is fijn.’

 

We voelen ons persoonlijk betrokken bij al onze medewerkers, we willen het beste voor hen. OAZ denkt mee en wat wij niet weten, vullen zij aan.

 

 

Voor nu en bij eventuele wijzigingen in de toekomst houdt OAZ De Wulverhorst op de hoogte. Zo wordt de Wulverhorst ontzorgt en blijft er optimaal gebruik worden gemaakt van de beschikbare financiële regelingen. ‘Een ideale combinatie van financiële voordelen en sociale kansen voor medewerkers uit onze gemeente.’


Verlaging WW-premie

Verlaging WW-premie vanaf 1 augustus

Vanaf 1 augustus 2021 gelden lagere WW-premiepercentages. De lage WW-premie is voor de rest van het jaar vastgesteld op 0,34% en de hoge WW-premie op 5,34%. Een verlaging van 2,36 procentpunt voor beide premiepercentages.

Hoge en lage WW premie

Vanaf 1 januari 2020 geldt de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). De WAB heeft als doel het bevorderen van een sterke en goed functionerende arbeidsmarkt. Een van de maatregelen uit deze wet is de invoering van de premiedifferentiatie WW. Heb je medewerkers met een vast contract in dienst of bied je leerwerkplaatsen aan in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL)? Dan betaal je als werkgever een fors lagere WW premie.

Waarom is deze premie zo verlaagd?

Het premiepercentage voor de lage WW premie lag voor 2021 op 2,70%, voor de hoge lag het op 7,70%. Dit is vanaf 1 augustus 2021 flink naar beneden geschroefd. Deze premieverlaging komt in plaats van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Met de BIK konden investerende werkgevers korting krijgen op loonheffingen. Het kabinet schrapte de regeling kort geleden, omdat de Europese Commissie niet op tijd goedkeuring kon geven. Om werkgevers tegemoet te komen, zijn de WW-premies nu voor de rest van het jaar verlaagd. Voor werkgevers die eens per 4 weken loonaangifte doen, gelden de nieuwe percentages vanaf 16 augustus 2021.

Let op!

In jouw salarissysteem wordt het percentage geüpdatet door uw softwareleverancier. Zij moeten dit doorvoeren, omdat jijzelf doorgaans daartoe geen mogelijkheden hebt. Let dus op dat het percentage goed wordt aangepast, zodat je zo snel mogelijk kan profiteren van de juiste percentages.

WW-premie management via OAZ

Voor de registratie van de juiste WW premie gelden strikte voorwaarden. Door een kleine fout in het HR- en of salarissysteem wordt al gauw teveel of te weinig premie afgedragen. Het team van HR specialisten van OAZ kan je ondersteunen door de toe te passen WAB rubrieken te controleren en te adviseren je over de toepassing van de juiste WW premie. Ook controleren we de administratieve onderbouwing en geven je, middels een periodieke rapportage, inzicht in de uitkomsten van onze werkzaamheden. Zo maak je optimaal gebruik van de beschikbare voordelen en nemen we je het werk zoveel mogelijk uit handen.

Heb je vragen over dit bericht over de verlaging van de WW-premie of zoek je ondersteuning nodig bij de controle? Neem dan contact op met Rosita Tanasale via info@oaz.nl of bel direct 088 5600 700.


verbeterde voorwaarden praktijkleren

Verbeterde voorwaarden subsidieregeling Praktijkleren

Van 2 juni tot en met 16 september 2021 is het voor werkgevers wederom mogelijk om de subsidieregeling Praktijkleren aan te vragen. Praktijkleren is al jaren een regeling waar veel gebruik van wordt gemaakt. Het grote animo heeft in eerdere subsidiejaren ertoe geleid dat de normbedragen steeds naar beneden zijn bijgesteld. In april van dit jaar was er al een extra ophoging van het budget voor de regeling aangekondigd, om richting de 2.700 euro per leerwerkplek uit te komen. Onlangs is bekend gemaakt dat een extra ophoging wordt doorgezet voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022.

Extra budget op basis van SBI-code

Sinds de start van de coronapandemie is het nog lastiger voor studenten om een passende praktijkleerplaats te vinden. Hierom werd in september 2020 al aangekondigd dat het budget voor de regeling Praktijkleren werd opgehoogd, specifiek voor opleidingen in de sectoren landbouw, horeca en recreatie. Ook in schooljaar 2020-2021 is er een budget beschikbaar voor deze sectoren van 10,6 miljoen euro. Ze zijn hard getroffen door de coronacrisis en door een uitbreiding van de subsidieregeling is het mogelijk om voldoende leerwerkplekken te blijven aanbieden.

Onlangs is bekend gemaakt dat de ophoging in Praktijkleren doorgezet wordt voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022. Opleidingen bij bedrijven in de conjunctuurgevoelige sectoren zoals bij autobedrijven, in de bouw en in de detailhandel komen in aanmerking voor extra ondersteuning. Hier is in schooljaar 2020-2021 een budget beschikbaar van 15,8 miljoen euro.

Voor beide geldt dat het extra budget wordt toegekend op basis van de bekende SBI-code in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Aanvulling budget voor hbo sectoren

Voor de sectoren techniek en gezondheidszorg is voor het schooljaar 2020-2021 een extra budget van 6,7 miljoen euro vrijgemaakt.

Bedrijven die een leerplek aanbieden voor een duale- of een deeltijdse hbo opleiding, waarbij beroepsuitoefening een verplicht onderdeel van de opleiding vormt en welke valt onder sector techniek of gezondheidszorg, komen ook in aanmerking voor extra budget binnen de regeling Praktijkleren.

De toeslag voor een hbo leerplek wordt bepaald door de CHOHO code van de opleiding. In het CROHO kun je per onderwijsinstelling nagaan welke code een opleiding heeft. De CROHO code moet vallen in de onderdelen techniek en gezondheidszorg. Om deze toeslag aan te vragen hoef je niks te doen. Of de gerealiseerde leerwerkplek in aanmerking komt voor de toeslag, wordt bepaald op basis van deze CROHO code.

eHerkenning noodzakelijk bij aanvraag

Om een aanvraag in te kunnen dienen voor de subsidie Praktijkleren is vanaf 1 juli een eHerkenning op niveau 3 nodig. Als intermediair hebben wij deze erkenning reeds en kunnen wij zonder problemen de aanvraag voor jouw organisatie indienen.

Indien jouw organisatie gebruik maakt van onze dienstverlening voor de subsidieregeling Praktijkleren, zorgen wij er uiteraard voor dat de aanvraag voor de extra budgetten uiterlijk 16 september aanstaande in orde is.

Vragen?

OAZ houdt je op de hoogte van het laatste nieuws over de ontwikkelingen van de regeling Praktijkleren. Heb je vragen over de regeling of ben je benieuwd of  je in aanmerking komt voor de extra budgetten van de subsidie Praktijkleren?  Neem dan contact op met Suzie Rohling via info@oaz.nl of bel direct 088 5600 700.


projectsubsidie regio utrecht

Opleidingsplannen realiseren via de projectsubsidie van gemeente Utrecht

Het aanbieden van passende en structurele begeleiding aan praktijkleerlingen en stagiaires is een flinke uitdaging. Het vergt tijd en inspanning en dat brengt een flinke sociale en financiële investering met zich mee. Hoe sluiten jouw opleidingsplannen aan bij de bestaande financieringsmogelijkheden? Zou je de kans grijpen als je extra plannen kunt financieren? Juist nu werkgevers alles op alles moeten zetten om nieuwe mensen te werven, schieten nieuwe projectsubsidies als paddenstoelen uit de grond. Deze incidentele financiële impulsen bieden werkgevers de mogelijkheid om op korte termijn begeleiding te kunnen realiseren en op lange termijn de opleidingsplannen te kunnen waarmaken.

De gemeente Utrecht introduceerde onlangs een nieuwe projectsubsidie, een financiële ondersteuning bij het realiseren van de begeleiding bij stages en leerbanen. In dit artikel lichten we deze nieuwe subsidiemogelijkheid aan je toe.

Een projectsubsidie voor regio Utrecht

Een financiële ondersteuning bij de begeleiding van stagiaires in het kader van ‘al werkend leren’ is niet nieuw. Via landelijke subsidieregelingen zoals Praktijkleren en Stagefonds is dit al even mogelijk. Middels deze nieuwe projectsubsidie hoopt de gemeente Utrecht te zorgen voor een extra toename in het aantal leerkansen, en dan specifiek voor mbo-studenten.

In de overwegingen van de nieuwe projectsubsidie wordt gesproken over de terugloop van het aantal stages en leerbanen. Leerlingen en stagiaires hebben het afgelopen jaar lastig een opleidingsplaats kunnen vinden, dit was onder andere te wijden aan de coronapandemie. Werkgevers binnen sectoren die hierdoor hard zijn getroffen zijn, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs, komen voor de subsidie in aanmerking. De werkgever dient dan wel een vestiging te hebben binnen de arbeidsmarktregio Utrecht Midden én stagiaires of praktijkleerlingen een plek kunnen bieden.

Welke activiteiten zijn subsidiabel?

De gemeente stelt een subsidiebedrag van 900.000 euro beschikbaar. Als werkgever kun je aanspraak maken op maximaal 150.000 euro van deze subsidiepot. Dit staat gelijk aan 50 volledige opleidingsplaatsen. De verdeling van de subsidiegelden is op basis van: ‘wie het eerst komt, het eerst maalt.’

Het subsidiebedrag dient bij te dragen aan het realiseren van extra stage- en leerplaatsen. Als werkgever moet je dan ook aan kunnen tonen dat het aanbod ten opzichte van vorig jaar met gebruik van de subsidiegelden toeneemt.

De subsidiabele activiteiten zijn gericht op de begeleiding van stagiaires en leerlingen die deze extra plaatsen gaan invullen. Het vormgeven van de begeleiding is vrij in te vullen.

Aan welke voorwaarden moet worden voldaan?

Allereerst moet je als werkgever een vestiging hebben in arbeidsmarktregio Utrecht Midden. Daarnaast heeft de gemeente Utrecht aangegeven dat subsidie alleen verlengd kan worden als de stagiaire of leerling van een van de vier grootste onderwijsinstellingen in de regio afkomstig is. Dit zijn: MBO Utrecht, ROC Midden Nederland, Nimeto Utrecht en het Grafisch Lyceum Utrecht.

In de periode van 9 juli 2021 tot 30 september 2022 kun je een aanvraag indienen bij de gemeente. Voor de aanvraag is een onderbouwing nodig. Dit moet een plan van aanpak bevatten, een activiteitenplanning en een sluitend kostenoverzicht. Bij aanvragen boven de 100.000 euro vraagt de gemeente aanvullend om een SROI-verplichting waar te maken, hoe je dit wilt aanpakken is ook onderdeel van de aanvraag.

Per gerealiseerde opleidingsplaats ontvang je subsidie tot een maximum van 12 maanden. Na afloop van het schooljaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden dien je als aanvrager een eindrapportage in te dienen bij de gemeente. Dit is dan ook de uiteindelijke eindverantwoording voor de ontvangen subsidie.

Vragen?

Heb je vragen over het bovenstaande bericht of ben je op zoek naar advies over een projectsubsidie? Neem gerust contact op met onze specialist Thomas Pillen via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


Herverdeling subsidiegelden 4e tijdvak SectorplanPlus

Herverdeling subsidiegelden 4e tijdvak SectorplanPlus

Het aanvraagmoment voor het vierde en laatste tijdvak van de subsidieregeling SectorplanPlus ligt alweer ver achter ons. Na dit moment in december 2019 is het budget van de regeling al flink uitgebreid én is deze verlengd tot 23 augustus 2022. Nu werkgevers middenin de opleidingsactiviteiten van tijdvak 4 zitten, is gebleken dat er veel meer activiteiten kunnen worden gerealiseerd dan waarvoor er subsidie is gereserveerd. Anderzijds valt de realisatie voor een aantal werkgevers juist tegen. Om alsnog het beschikbaar gestelde budget te kunnen benutten, is er binnen dit laatste tijdvak nu de mogelijkheid om elders vrijgevallen budget te herverdelen onder de aanvragers.

Wat houdt de herverdeling van tijdvak 4 in?

Organisaties die in december 2019 een aanvraag voor tijdvak 4 hebben ingediend maken aanspraak op het vrijgekomen budget. Om subsidiegelden die richting het einde van de regeling vrijkomen alsnog in te kunnen zetten, vind de herverdeling in meerdere rondes plaats. Ter voorbereiding op de eerste ronde wordt deze zomer geïnventariseerd welke organisaties hun subsidieaanvraag willen bijstellen.

Het bijstellen van de aanvraag geldt voor zowel organisaties die meer verwachten te realiseren als voor organisaties die niet verwachten de volledige aanvraag te gaan benutten. Overigens geldt ook in dit geval dat het bij de herverdeling niet mogelijk is het subsidieplafond van twee miljoen euro per opleidingsproject te overschrijden.

Hoe maak je aanspraak op de aanvullende subsidiegelden?

Wil je gebruik maken van de mogelijkheid om de subsidieaanvraag bij te stellen, dan geef je dit door binnen het SectorplanPlus portal. In het portal, onder het onderdeel opleidingsprojecten, is een knop toegevoegd om aan te geven dat je een wijziging in de aanvraag verwacht. Dit kan tot uiterlijk 13 september 2021. Vervolgens neemt een regionale projectleider van de werkgeversvereniging zo snel mogelijk, maar in ieder geval vóór 20 september 2021 contact met je op. Op basis van het beschikbare budget wordt uiterlijk 4 oktober 2021 uitsluitsel gegeven over het bijstellen van de aanvraag.

Herverdeling bij kleine aanvragen

RegioPlus onderzoekt bij alle aanvragen tot 15.000 euro of er voldoende ruimte is om de subsidiereservering op te hogen naar de oorspronkelijke aanvraag zoals die door de werkgever is ingediend. In deze situatie hoef je de knop in het portal niet te selecteren. Verwacht je het subsidiebedrag alsnog bij te stellen en overschrijdt dit de aanvraag óf verwacht je minder te realiseren, dan dien je wel de knop in het portal te selecteren.

Op dit moment heeft de subsidieverstrekker nog niet bekendgemaakt welke aanvullende informatie nodig is om het gereserveerde subsidiebedrag aan te passen. Uiteraard houden we je op de hoogte van alle ontwikkelingen.

Vragen?

Heb je vragen over dit bericht? Neem dan gerust contact op met onze specialist SectorplanPlus Lotte van der Giessen via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.


uurloongrenzen jeugd-liv

Nieuwe uurloongrenzen voor het jeugd-LIV

De uurloongrenzen voor het jeugd-LIV zijn bekend gemaakt. Demissionair minister Koolmees heeft de bedragen gepubliceerd in de Staatscourant. Als je medewerkers binnen de grenzen uit onderstaand tabel vallen en tevens voldoen aan de andere gestelde eisen, kom je in aanmerking voor het jeugd-LIV.

Leeftijd op 31 december 2020 Ondergrens Bovengrens
18 jaar € 5,27 € 7,04
19 jaar € 6,32 € 9,38
20 jaar € 8,43 € 10,48

Even opfrissen. Wat is het jeugd-LIV?

Als onderdeel van de Wet tegemoetkoming loondomein is in 2018 het Jeugd-Lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) ingevoerd. Het jeugd-LIV biedt een compensatie voor de verhogingen van het minimumjeugdloon in de vorm van een jaarlijkse tegemoetkoming voor de werkgever.

De gestelde eisen

De leeftijd van de medewerker op de laatste dag van het voorgaande jaar is bepalend voor het vaststellen van het jeugd-LIV over het erop volgende jaar. Werkgevers komen dus enkel in aanmerking voor het jeugd-LIV 2021 als de medewerkers op 31 december 2020 18, 19 of 20 jaar waren. Verder moet de medewerker verzekerd zijn voor één van de werknemersverzekeringen en moet het gemiddelde uurloon vallen binnen de grenzen uit de tabel.

Let op eventuele wijzigingen door het jaar heen

Als je medewerker halverwege het jaar uit dienst treedt kan dit gevolgen hebben voor het jeugd-LIV. Het uurloon dient over het hele jaar gemiddeld binnen de grenzen van het jeugd-LIV te vallen. Ook dient rekening gehouden te worden met een eventuele eindejaarsbonus. Als je hierdoor met het gemiddelde uurloon boven de grens uitkomt, vervalt het recht op jeugd-LIV voor de werkgever.

Het jeugd-LIV in de toekomst       

De effectiviteit van het jeugd-LIV en het reguliere LIV staan al geruime tijd ter discussie. De conclusie dat er een herziening van de regeling nodig is, heeft geleid tot de voorgestelde regeling ‘Loonkostenvoordeel jongeren’. Het LKV jongeren is gericht op jongeren van 18 tot 27 jaar met een substantiële baan van minimaal 1248 uur, met een loon tussen de 10% en 125% van het minimumjeugdloon. Ten opzichte van het jeugd-LIV biedt het LKV jongeren een beter uitzicht op een betere positie voor kwetsbare jongeren in een meer inclusieve arbeidsmarkt. Hiermee komt per 1 januari 2024 het jeugd-LIV te vervallen.

Ben je benieuwd naar de mogelijkheden van het LIV en het jeugd-LIV binnen jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op via info@oaz.nl of bel ons op 088 5600 700.


gevolgen zieke medewerker

Een zieke medewerker? De gevolgen op een rij.

Het doorbetalen van het loon van je zieke medewerker heeft een looptijd van twee jaar. Als de medewerker na deze twee jaar nog niet hersteld is, komt hij of zij bij het UWV voor een WIA-keuring. Voor jou als werkgever komt op dat moment weliswaar een einde aan het doorbetalen van het loon, maar niet aan de kosten. Sterker nog, als de medewerker na twee jaar ziekte in de WGA komt, is een publiek verzekerde werkgever nog maximaal 10 jaar lang financieel verantwoordelijk voor deze uitkeringslast.

Consequenties voor jou als werkgever

Per categorie laten we zien wat de consequenties kunnen zijn binnen jouw organisatie:

  • WGA <35%
    Jouw medewerker ontvangt geen uitkering. Dit betekent dat de eventuele WGA-lasten niet aan jouw organisatie worden doorbelast. Als je medewerker gedeeltelijk weer aan de slag gaat met zijn of haar oude werkzaamheden (geen nieuwe arbeidsovereenkomst) en de medewerker valt binnen 5 jaar uit met dezelfde klachten, kan er een ophoging WGA plaatsvinden. Deze ophoging wordt dan wel aan de werkgever doorbelast.
  • WGA 35-80% en WGA 80-100%
    Je medewerker ontvangt een uitkering. De kosten van de uitkering worden twee jaar later voor maximaal 10 jaar via de WGA gedifferentieerde premie bij werkgever in rekening gebracht.
  • IVA 80-100%
    Je medewerker ontvangt een uitkering voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De kosten van deze uitkering worden niet bij jouw organisatie werkgever in rekening gebracht.

Om zicht te krijgen welke regeling op je medewerker van toepassing is, is het raadzaam om te inventariseren welke medewerkers bij jou in dienst een WAO- of WIA-uitkering hebben en per wanneer die is ingegaan. Je kan veel geld besparen door een goede administratie op te zetten en te beheren en daarbij de juiste actie op het juiste moment naar het UWV en de Belastingdienst te nemen.

Voorkom onterechte financiële lasten

Door optimaal gebruik te maken van bezwaar- en beroepsmogelijkheden, voorkom je dat er uitkeringen te lang of onterecht toegerekend worden. Als je medewerker valt in de WGA 80-100% categorie maar alles wijst op duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid, dan is een bezwaar of een verzoek tot herbeoordeling wel op zijn plaats. Een herbeoordeling is dan ook in de meeste gevallen zinvol. Hierdoor krijgt de werknemer waar hij of zij recht op heeft en worden de lasten niet meer doorbelast aan de werkgever. Kijk dan ook eens kritisch naar dossiers die bij het UWV al jaren op de plank liggen.

OAZ ondersteunt met WGA Management haar klanten al jaren bij het duurzaam verlagen van de WGA-lasten. Deze ondersteuning wordt volledig aangeboden op basis van no-cure-no-pay.

Ben je benieuwd hoe ook jij fors kunt besparen op de WGA-lasten? Neem dan contact met ons op via info@oaz.nl of bel direct 088-5600700.


WW-premie bij overwerk

Geen herziene WW-premie bij overwerk

Sinds begin 2020 is er een gedifferentieerde WW-premie ingesteld. Dit is onderdeel van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en  heeft als doel het bevorderen van een sterke en goed functionerende arbeidsmarkt. Wanneer je medewerkers binnen de lage WW-premie vallen, zijn hier enkele voorwaarden aan verbonden. Zo moet er sprake zijn van een schriftelijke arbeidsovereenkomst, mag het niet om een oproepovereenkomst gaan en dient de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te zijn. In sommige gevallen beslist de Belastingdienst dat er toch sprake is van een hogere WW-premie, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van het overschrijden van het aantal vastgelegde contracturen.

Alsnog een hogere WW-premie?

In 2020 heeft de Belastingdienst al besloten om de aanpassing van de premiedifferentiatie voor dat jaar niet door te voeren. Het ging hier om de volgende situaties wanneer je alsnog de hogere WW-premie had moeten betalen:

  • De werknemer kreeg meer uren betaald dan in zijn / haar arbeidsovereenkomst is opgenomen
  • Het verschil met de verloonde uren was meer dan 30%

WW-premie bij overwerk in 2021

Door de coronacrisis is in sommige sectoren veel overwerk nodig, zoals bijvoorbeeld in de zorg. Dit is helaas onveranderd gebleven in 2021, hierom heeft de Belastingdienst wederom besloten geen herziene WW-premie door te voeren bij overwerk. Als je een lage WW-premie moet herzien door overwerk, kan dit nadelige gevolgen hebben voor de organisatie. Daarom hoeft geen enkele werkgever over het jaar 2020 en 2021 met terugwerkende kracht de hoge WW-premie te betalen bij overwerk.


Definitieve beschikking Wtl 2020

Definitieve beschikking Wtl 2020

Eerder dan verwacht! De Belastingdienst verstuurt begin juni de definitieve beschikking Wtl (Wet tegemoetkomingen loondomein) van 2020 naar alle organisaties die in aanmerking komen. De uitbetaling volgt spoedig hierna.

De Wtl in het kort

De Wtl heeft als doel om werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen, of te houden. In de Wtl staan drie tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers: het loonkostenvoordeel (LKV), het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV).

De berekeningen op de beschikking hebben betrekking op de tegemoetkomingen in de loonkosten over 2020. Ze zijn gebaseerd op de loonaangiften, inclusief eventuele aanvullende correcties over 2020, die tot en met 1 mei 2021 zijn gedaan. Heb je de definitieve beschikking ontvangen en pakt OAZ dit voor jou op? Stuur de beschikking dan direct door ter controle aan onze adviseurs en specialisten.

Alle organisaties die recht hebben op de tegemoetkomingen in de loonkosten over het jaar 2020 hebben halverwege maart 2021 voorlopige berekeningen ontvangen van het UWV. Waren de voorlopige berekeningen niet juist of niet volledig? Dan was het tot en met 1 mei 2021 mogelijk om aanvullende correcties in de loonaangiften toe te passen, om alsnog aanspraak te maken op de juiste en volledige tegemoetkomingen. OAZ heeft hard gewerkt om samen met onze klanten de voorlopige berekeningen te controleren en om hen te adviseren over het corrigeren van de loonaangiftes.

Is de definitieve beschikking Wtl 2020 écht definitief?

Ook de definitieve beschikking kan onvolledig zijn. Het is daarom van belang om ook de definitieve beschikking te controleren. Indien de definitieve beschikking inderdaad niet volledig is, kan een bezwaar ingediend worden. Wij ondersteunen jouw organisatie met de controle van de definitieve beschikking zodat je zo optimaal mogelijk gebruik kunt maken van de Wtl.

Let op: tot vijf jaar na afgifte van de definitieve beschikking kan een nacontrole plaatsvinden. Het is dus van belang om dit ook met terugwerkende kracht goed te registreren, in verband met risico op een boete. Dit kan niet altijd in het salarissysteem gedaan worden, maar moet bijvoorbeeld door middel van een vrijwillige verbetering bij de Belastingdienst. Ook bij dit proces kunnen we jouw organisatie ondersteunen.

Meer informatie?

Heb je vragen over de Wtl of over de definitieve beschikking? Neem dan contact op met onze specialist Anita Portegies. Stuur een mail naar aportegies@oaz.nl of bel 088-5600787.


Een nieuwe aanvraagronde voor coronabanen

Een nieuwe aanvraagronde voor coronabanen

De subsidieregeling Coronabanen in de zorg komt terug! Een nieuwe aanvraagronde volgt voor de tweede helft van 2021.

Hoe zat het ook alweer met coronabanen?

In de eerste maanden van 2021 werd de regeling coronabanen in de zorg geïntroduceerd. Een subsidieregeling om werkgevers in cruciale sectoren financiële ruimte te bieden om ondersteunend personeel aan te nemen, om de hoge werkdruk en de piekbelasting te kunnen ondervangen. In de eerste ronde stelde het kabinet 80 miljoen euro beschikbaar, waarmee 5000 fte aan tijdelijke banen kon worden gecreëerd. Door de korte aanloopperiode heeft de regeling coronabanen in de zorg de verwachtingen niet kunnen waarmaken. Minder dan de helft van de begrootte 80 miljoen euro is daadwerkelijk aangevraagd en er is een inventarisatieronde geweest over hoe dit beter had gekund.

Een nieuwe aanvraagronde voor coronabanen

Ook kwam de vraag ‘Wat gaat er met het overgebleven budget gebeuren?’ vaak terug. Hier is inmiddels een duidelijk antwoord op gegeven. Omdat naar verwachting de druk op de zorg in het najaar onverminderd hoog blijft, wordt de regeling coronabanen in de zorg opnieuw opengesteld. Specifieke details hieromtrent zijn nog niet openbaar gemaakt, wel zijn de volgende zaken al bekend:

  • Voor het tweede tijdvak is 40 miljoen euro beschikbaar gesteld
  • De regeling geldt opnieuw voor een periode van minimaal 2 en maximaal 6 maanden voor minimaal 20 uur in de week
  • Huidige coronabanen mogen verlengd worden tot een doorlooptijd van een half jaar. Het totaal aantal maanden dat een medewerker een coronabaan mag hebben mag daarbij niet langer zijn dan 6 maanden.
  • De 6 maanden moeten vallen binnen de periode van 1 juli 2021 tot en met 21 december 2021
  • De aanvraagperiode is van 14 juni 2021 tot en met 25 juni 2021
  • De medewerkers die binnen de regeling vallen dienen nieuwe medewerkers te zijn en moeten uiterlijk 1 oktober 2021 in hun nieuwe baan zijn gestart
  • Het beschikbare budget is van toepassing op ondersteunende banen, zoals gastvrouwen, welzijnsassistenten en zorgbuddy’s

Heeft een organisatie in de eerste aanvraagronde van maart 2021 een aanvraag voor coronabanen ingediend? Dan geldt een een tweede aanvraag in de aankomende aanvraagperiode als herzieningsverzoek op de eerste aanvraag. De twee bedragen van beide aanvragen worden in dat geval bij elkaar opgeteld.

Het aanvragen van de subsidie

Het online aanvraagportal wordt per 14 juni aanstaande opengesteld en de subsidiabele periode start al op 1 juli 2021. De vorige aanvraagronde bleek dat de subsidieaanvraag een ingewikkeld proces was, dusdanig dat veel werkgevers de administratieve rompslomp niet vonden opwegen tegen de baten. OAZ heeft de dienstverlening omtrent coronabanen opnieuw onder de loep genomen voor deze tweede ronde. Dus denk je dat deze subsidieronde past bij je organisatie en heb je hulp nodig met de administratieve afwikkeling? Neem dan contact op met onze specialist coronabanen Iris Bouwhuis op info@oaz.nl of bel direct 088 5600 700.