Het nieuwe coalitieakkoord luidt een fundamentele herziening in van het sociale zekerheidsstelsel. Minder complexiteit, kortere uitkeringsduren en meer verantwoordelijkheid bij werkgevers en medewerkers. Voor jou als werkgever gaat het daarbij niet om kleine optimalisaties, maar om structurele veranderingen in risico’s, kosten en beleid. In dit artikel zetten we de belangrijkste ontwikkelingen voor je op een rij.
De coalitie kiest eerst voor stabilisatie van het stelsel, met als doel de uitvoerbaarheid te verbeteren. Pas daarna volgt verdere activering en een meer fundamentele herziening van het sociale zekerheidsstelsel, waarbij wordt gezocht naar een balans tussen strengere regels en een menselijke maat. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze plannen nog voornemens zijn. Deze moeten nog worden uitgewerkt in wetgeving.
Herziening Wet verbetering Poortwachter
Het nieuwe kabinet wil de Wet verbetering Poortwachter vereenvoudigen. Verplichte rapportages worden geschrapt of versimpeld en de administratieve last moet fors omlaag.
De gedachte hierachter is helder: minder papier, meer focus op daadwerkelijke re-integratie. In de praktijk verschuift het accent van formele verantwoording naar inhoudelijke keuzes.
Dat klinkt aantrekkelijk, maar vraagt tegelijk meer scherpte van werkgevers. Minder standaarddocumenten betekent dat de kwaliteit van het verzuimdossier zwaarder gaat wegen bij toetsing door het UWV en in bezwaarprocedures. De Wet verbetering Poortwachter wordt eenvoudiger, maar het financiële belang van een goed ingericht verzuimproces neemt toe.
Afschaffing IVA voor nieuwe instroom
Een van de meest ingrijpende keuzes is het afschaffen van de IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) voor nieuwe instroom vanaf 2030. Medewerkers die nu als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt worden aangemerkt, vallen straks onder een aangepast WGA-structuur (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Dit is meer dan een technische wijziging. Hierdoor lopen kosten voor werkgevers op.
Door deze uitkering af te schaffen, verschuift het risico nadrukkelijker richting:
- WGA-trajecten
- Hogere en langdurigere lasten in de Werkhervattingskas
De hervorming past in een bredere beleidslijn: minder uitzonderingen, minder collectieve buffers, meer prikkels richting arbeid en inzetbaarheid.
Strengere WIA-herbeoordelingen en herinrichting UWV
Tegelijkertijd kondigt het kabinet aangescherpte criteria aan voor WIA-herbeoordelingen (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). De focus komt sterker te liggen op benutbare mogelijkheden en minder op medische eindtoestanden.
Daarnaast wordt gekeken naar taakherschikking binnen het UWV om structurele knelpunten in sociaal-medisch beoordelen op te lossen.
WW en LGU terug naar maximaal twaalf maanden
Vanaf 2028 wordt de maximale WW-duur (Werkloosheidswet) verkort naar twaalf maanden. Omdat de loongerelateerde WGA-uitkering hier direct aan gekoppeld is, geldt dit ook voor de LGU (Loongerelateerde Uitkering).
Daarnaast worden:
- De referte-eis aangescherpt.
- De opbouw van rechten beperkt: een halve maand per gewerkt jaar.
Voor medewerkers betekent dit sneller inkomensverlies. Voor werkgevers vergroot dit de druk op:
- Duurzame inzetbaarheid
- Herplaatsing bij uitval
De sociale zekerheid wordt korter en strakker. De verwachting is dat hiermee de prikkel om te werken toeneemt, maar het vergroot ook de financiële impact van arbeidsongeschiktheid op organisatieniveau.
Maximumdagloon omlaag met 20 procent
Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20 procent verlaagd. Dit maximum is bepalend voor de hoogte van WW-, WIA- en Ziektewetuitkeringen.
Het directe effect:
- Lagere uitkeringen voor hogere inkomens
- Grotere inkomensval bij ziekte of werkloosheid
Indirect betekent dit dat:
- Aanvullende verzekeringen belangrijker worden
- Arbeidsvoorwaarden onder druk komen te staan
- Discussies over compensatie toenemen
Ook hier geldt: de collectieve bescherming neemt af, het individuele en werkgeversbelang neemt toe.
De rode draad
Minder collectief, meer verantwoordelijkheid
Alle maatregelen wijzen dezelfde kant op:
- Kortere uitkeringsduren
- Lagere uitkeringen
- Strengere beoordelingen
- Minder uitzonderingsregimes
Voor werkgevers betekent dit dat sociale zekerheid steeds minder een abstract stelsel op afstand wordt en steeds meer een direct beïnvloedbare kostenpost.
Juist daarom is het moment om vooruit te kijken:
- Hoe robuust is je verzuim- en WIA-beleid?
- Waar liggen onnodige risico’s in dossiers en beschikkingen?
- Welke lasten kun je sturen, beperken of corrigeren?
Bij OAZ volgen we deze ontwikkelingen al jaren en zien we dagelijks wat beleidswijzigingen in de praktijk betekenen. In een stelsel dat verandert, maakt inzicht het verschil tussen betalen en besparen.
Ontdek jouw risico’s en kansen
Wil je weten wat deze ontwikkelingen concreet betekenen voor jouw organisatie? Onze HR specialisten brengen de risico’s en kansen voor je in beeld. Neem vrijblijvend contact op via ons contactformulier of bel 088 5600 700.
