Voorlopige berekening Wtl 2019 op de deurmat!

Omdat de wereld ondertussen toch doorgaat willen we je graag wijzen op het volgende. Tussen 1 en 14 maart 2020 heb je een brief gekregen van het UWV over het jaar 2019. Hierin staan de voorlopige berekeningen van de regelingen die vallen onder de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). De berekeningen zijn gebaseerd op de aangiften en correcties over 2019 die tot en met 31 januari 2020 zijn gedaan. Zijn de berekeningen omtrent de Wtl niet volledig of bevatten ze onjuiste gegevens? Tot en met 1 mei 2020 kan je een (aanvullende) correctie doen.

Wat betekent de brief voor mij?

De berekeningen die in de brief staan zijn voorlopig, en dus niet definitief. Het is dan ook van belang dat je de berekeningen zo snel mogelijk controleert op juistheid en volledigheid. Eventuele (aanvullende) correcties over 2019 kun je tot en met 1 mei 2020 doen. Deze correcties worden dan meegenomen in de definitieve beschikking.

OAZ ondersteunt jouw organisatie met de controle van de voorlopige berekeningen zodat je zo optimaal mogelijk gebruik kan maken van de Wtl. Let op, tot vijf jaar na afgifte van de definitieve beschikking kan een nacontrole plaatsvinden. Eventuele fouten in de loonaangiften kunnen leiden tot een boete. Het is dus belangrijk om de controle goed uit te voeren!

Wat is de Wtl ook alweer precies?

In de Wtl staan drie tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers, namelijk:

  1. het loonkostenvoordeel (LKV);
  2. het lage-inkomensvoordeel (LIV);
  3. het jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV)

1: LKV

Met het LKV geeft de overheid je financiële voordelen als je mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst neemt.

Om in aanmerking te komen voor een LKV dient jouw (nieuwe) medewerker binnen één van de volgende doelgroepen te vallen:

  • LKV oudere werknemer;
  • LKV arbeidsgehandicapte werknemer;
  • LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden;
  • LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

2: LIV

Heb je medewerkers in dienst met een laag loon? Dan geeft de overheid financiële voordelen in de vorm van het LIV.  Als een medewerker zowel binnen het LKV als het LIV valt, dan kom je als organisatie in aanmerking voor slechts één van de twee tegemoetkomingen. Samenloop is dus niet mogelijk.

Om in aanmerking te komen voor het LIV dient jouw medewerker aan vier voorwaarden te voldoen:

  • De medewerker is verzekerd voor één of meer van de werknemersverzekeringen.
  • De medewerker heeft een gemiddeld uurloon van minimaal € 10,05 en maximaal € 12,58.
  • De medewerker heeft ten minste 1.248 verloonde uren per kalenderjaar.
  • De medewerker heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

3: Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV compenseert de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon voor medewerkers van 18, 19, 20 en 21 jaar.

Om in aanmerking te komen voor het jeugd-LIV dient jouw medewerker aan drie voorwaarden te voldoen:

  • De medewerker is verzekerd voor één of meer van de werknemersverzekeringen.
  • De medewerker heeft een gemiddeld uurloon dat valt binnen de bandbreedtes van het jeugd-LIV die horen bij zijn leeftijd.
  • De medewerker heeft op 31 december 2018 een leeftijd van 18, 19, 20 of 21 jaar.

Wat nu?

Heb je inmiddels een berekening binnen? Laat dit weten aan jouw contactpersoon binnen OAZ zodat we samen zo snel mogelijk aan de slag kunnen.

Meer informatie?

Heb je vragen over de Wtl of de berekening? Neem dan contact op met Anita Portegies. Stuur een mail naar aportegies@oaz.nl of bel 088-5600787.