De weg naar de beroepsprocedure

Als werkgever kan je te maken krijgen met een langdurig zieke medewerker. Naar voor de medewerker, lastig voor de werkgever. Na 104 weken ziekte en alle bijbehorende problematiek, wordt de medewerker beoordeeld door het UWV en kan deze een WGA- of IVA-uitkering aanvragen.

Middels onze dienstverlening sociale zekerheid brengen wij voor organisaties in beeld wat de huidige en toekomstige kosten zijn van toegerekende WGA- en Ziektewet-uitkeringen. Hierin duiken onze specialisten in de individuele dossiers, om te onderzoeken of de kosten terecht aan de werkgever worden doorbelast.

De casus

In 2019 signaleerde onze specialist een onjuistheid in de uitkering van een medewerker van een grote organisatie. De door het UWV toegewezen WGA uitkering werd mogelijk onterecht aan de werkgever toegerekend. In de beoordeling van het UWV werd destijds aangegeven dat de medewerker voor 80%-100% volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was. Met deze beoordeling gaf het UWV aan dat ze mogelijkheden tot verbetering zagen voor de medewerker.

1. Herbeoordeling

De eerste stap die onze specialist ondernam was het beoordelen van de eerste beschikking. Als professioneel rechtshulpverlener is onze specialist gemachtigd kennis te nemen van medische gegevens binnen WGA-dossiers, die wij namens de werkgever monitoren. Dit biedt ons de mogelijkheid gegevens inhoudelijk beter te beoordelen op fouten, die gemaakt kunnen zijn in het beoordelingsproces van het UWV. Op basis van de beoordeling van dit specifieke dossier bleek dat een bezwaar zinvol was, er werd een herbeoordeling aangevraagd. Tijdens de herbeoordeling bekijkt het UWV opnieuw of de medewerker mogelijkheden heeft om te werken. Het resultaat van deze herbeoordeling was dat de medewerker nog steeds 80%-100% volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was.

Voor de beoordeling van dit dossier is, naast het advies van de specialist, ook een arts-gemachtigde ingeschakeld voor een onafhankelijke beoordeling. De beoordeling van deze arts-gemachtigde was tegenstrijdig met het oordeel van het UWV, namelijk dat de medewerker wel volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dat houdt in dat de medewerker naar verwachting niet meer zal herstellen en hierom IVA-uitkering zou moeten ontvangen, in plaats van een WGA-uitkering.

Voor de medewerker zou dit betekenen dat deze 75% van het laatstverdiende salaris zou ontvangen als IVA-uitkering, ten opzichte van 70% van het laatstverdiende salaris bij een WGA-uitkering. Ook vervallen de re-integratieverplichtingen van de medewerker en wordt deze niet langer opgeroepen voor een Sociaal Medische Beoordeling bij het UWV.

De overgang van een WGA- naar een IVA-uitkering betekent voor de werkgever dat de uitkeringslasten de werkgever niet ten laste worden gelegd. Deze lasten worden bij een IVA-uitkering gedragen door het UWV.

2. Bezwaarprocedure

Gezien zowel het advies van onze specialist, als de beoordeling van de arts-gemachtigde, niet aansloot op dat van het UWV, is in samenspraak met de klant besloten een bezwaar in te dienen. Dit bezwaar werd in juli 2019 ingediend bij het UWV, de beslissing hierover ontvingen wij in november van datzelfde jaar. Deze beslissing van het UWV liet lang op zich wachten. Daar waar een standaard termijn van 6 weken wordt gehanteerd door het UWV, moesten we in dit geval 4 maanden wachten op de beslissing op het bezwaar. Een periode waarin de schadelasten voor de werkgever opliepen en ook de medewerker in onzekerheid zat over de status van de uitkering. Het UWV ging in haar beslissing op het bezwaar niet mee in het oordeel van onze specialist en de arts-gemachtigde.

3. Beroepsprocedure

Ondanks dat het UWV aangaf dat ze verbeteringen zagen voor de medewerker, werd er geen tijdspad gepresenteerd waarin ze dit zagen. Dit is echter wel een essentieel onderdeel van het re-integratietraject van de medewerker. Door het eerder gegeven advies van de specialist en de beoordeling van de arts-gemachtigde is dan ook besloten in beroep te gaan tegen de beslissing van het UWV. Dit beroep is voorgelegd aan de rechter en twee weken geleden was het zover. De beroepszaak werd middels een digitale zitting behandeld voor de rechter.

Tijdens de zitting hebben zowel de specialist als het UWV hun bevindingen en onderbouwing gepresenteerd. Het UWV kwam hierin niet met een concreet termijn van verbetering, iets dat cruciaal is bij de beoordeling van een persoon die langdurig arbeidsongeschikt is. De specialist gaf aan dat, conform de geldende wetgeving en richtlijnen, het oordeel van het UWV beter en concreter gemotiveerd moet worden. In dit oordeel zou het UWV moeten aangeven met welke behandeling en op welk termijn er een dusdanige verbetering in de belastbaarheid van de medewerker verwacht kan worden, zodanig dat deze terug kan keren in de arbeidsmarkt. Gedurende de zitting is dat naar onze mening onvoldoende onderbouwd, wat ons beeld bevestigd dat de medewerker duurzaam arbeidsongeschikt is en niet binnen afzienbare tijd beter zal worden.

Het vervolg

De controle voor de werkgever, de herbeoordeling, het bezwaar en de beroepsprocedure zijn onderdelen van dit langdurig traject dat al sinds 2018 loopt. Op 10 maart 2021 volgt de uitspraak van de rechter over het beroep.

Wat gebeurt er als het beroep wordt afgewezen?

De rechtbank dient een concrete motivatie te geven over de beslissing. Daarop volgt opnieuw een beoordeling van onze specialist op de beslissing van de rechtbank. Volgt uit deze beoordeling dat we het niet eens zijn met de beslissing van de rechtbank, dan wordt in samenspraak met de werkgever bepaald of we in hoger beroep gaan of we op een later moment opnieuw herbeoordeling aanvragen. In beide gevallen blijven we het dossier monitoren.

Wat gebeurt er als het beroep wordt toegewezen?  

Als de medewerker volledig duurzaam arbeidsongeschikt wordt, zal de WGA-uitkering worden omgezet naar een IVA-uitkering. Deze treedt dan met terugwerkende kracht in werking vanaf het moment dat de bezwaarprocedure werd opgestart, in dit geval januari 2020. Afhankelijk van de beslissing van de rechtbank zal de medewerker al dan niet met terugwerkende kracht de IVA-uitkering ontvangen. Per datum van de toekenning van de IVA-uitkering eindigt ook de schadelast voor de werkgever en wordt de uitkering niet langer aan de werkgever doorbelast middels de jaarlijkse gedifferentieerde premie Werkhervattingskas.

Ben je benieuwd hoe deze beroepsprocedure verder verloopt? Begin maart ontvangen we de beslissing van de rechtbank over het beroep. Onze bevindingen over de beslissing van de rechtbank zullen we op een later moment delen.

Vragen?

Heb je vragen over dit artikel of ben je op zoek naar advies over HR gerelateerde zaken? Neem dan contact op met Jowana Metikoš via info@oaz.nl of bel 088 5600 700.